woensdag 23 juni 2010

Schrijvende oplichter

Ik was een jaar of tien. Ik zat op de bovenste etage van de bibliotheek, eentje zonder boeken, althans, minder dan op de etages daaronder. Ik zat daar met mijn basisschoolklasje, mijn leraar en een schrijver van kinderboeken. Hij vertelde ons over schrijven, hij las een hoofdstuk voor uit zijn nieuwe boek, het was alleen nog niet af. Het hoofdstuk dat hij voorlas had nog geen titel, wij mochten een titel verzinnen. Vele titels en zenuwachtige kindjes later bleek mijn titel de beste. In het volgende boek van deze beroemde schrijver zou een hoofdstuk de door mij verzonnen titel dragen. Ik was zo trots als een pauw.

Om de drie weken ging ik op zoek naar nieuwe letters, nieuwe verhalen. Altijd begon mijn zoektocht links achterin, bij de naam van de schrijver uit de bibliotheek. Keer op keer werd ik teleurgesteld, geen nieuw boek. Ook in de computer stond geen nieuwe titel. Maar ik gaf niet op. Ik bleef terug komen, maar keer op keer kwam ik teleurgesteld naar buiten. Na ongeveer 1,5 jaar gaf ik het op. Ik was opgelicht, schrijvers waren geen goede mensen. Schrijvers waren oplichters, vooral kinderboekenschrijvers. Ik begrijp de strategie wel. Je gaat alle bibliotheken af door heel Nederland, telkens een klasje, telkens hetzelfde hoofdstuk, telkens een winnaar, nooit een titel. Maar je krijgt er voor betaald, bloedgeld.

Meneer de schrijver, ik ben uw naam vergeten, maar ik wilde dus vragen. Heeft u mij en vele andere opgelicht? Klopt mijn theorie? Of is het boek gewoon nooit af gekomen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen