Posts tonen met het label Stukje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stukje. Alle posts tonen

dinsdag 14 september 2010

Appelpop kent geen appels

Één euro voor een stoffen bandje met de tekst ‘Appelpop 2010’. De gehele rij waar ik deel aan nam wachtte erop. Langzaam kwam mijn arm dichter bij het gele apparaat in de verte. Het ging zo langzaam, dat ik niet doorhad dat ik er al bijna was.

Nadat een 65+pashouder mijn hand goed legde en een bandje eromheen deed, drukte ze een verlichte groene knop in. Er gebeurde niets. Een paar andere knoppen werden met enige voorzichtigheid ingedrukt. Nog steeds niets. De lieve 65+pashouder riep haar vriendinnen. Drie grijze hoofden keken naar het enorme gele apparaat en drukte een paar knoppen in. ‘Oeh! Hij doet het,’ riep één van de 65+pashouders. Voorzichtig tilde ik mijn arm op van het gele apparaat. Een groen bandje hing om mijn pols. Een bandje van Appelpop, het festival waar ik dit jaar voor de derde keer rondhuppelde, waar God een zonnig dagje voor inlast, waar gras binnen no time modder is, waar een EHBO’er nog gecharmeerd kan kijken naar een zoenend stel tegen een gore paal, waar je als man zijnde de toiletten een bijdrage levert aan de eindeloze gele stroom in een kale goot, waar Dikke Dennis een microfoon kopt, waar ik dans op Alphabeat alsof ik een snor heb, en waar geen appel te koop is.

Ik had het naar mijn zin, maar volgend jaar neem ik appels mee.

donderdag 9 september 2010

Health Centre

Ik strik mijn sportschoenen op een enorm comfortabel bankje in een mooie kleedkamer, achter mij staat een mooie schone douche met daarlangs een warme sauna. Ik sta op en ga samen met mijn medeleerlingen in een soort wachtruimte zitten, totdat een man met vet naar achter gekamd haar een enorme glimlach in de ruimte brengt, op de achterkant van zijn trainingspak staat Personal Trainer. Het was duidelijk, we gaan fitnessen. Op de eerste etage, tussen de moderne apparaten en moderne 65+pashouders die ook een pas hebben van dit moderne ‘Health Centre’ legt onze Personal Trainer uit hoe de moderne apparaten werken, maar eigenlijk wijst dat allemaal zichzelf. Blauwe matjes komen tevoorschijn en er wordt ons uitgelegd dat pijn fijn is en werd ons gevraagd wie er geen strakke buik wilde. Niemand stak zijn vinger op. Waardoor wel allemaal met onze rug op het matje kwamen te liggen en ik langzaam aan steeds bewuster werd van al mijn buikspieren. Daarna kwamen de apparaten, geen apparaat was me te vies of te zwaar, soms duwde of trok ik 2,5 kilo en soms 30 kilo. En wanneer alle apparaten bezet waarde drukte ik me op boven een blauw matje. Dolle pret was het.

woensdag 8 september 2010

Dag nummer één

Daar gaat hij dan. Ik stap van mij fiets en zet hem op slot. Terwijl ik mijn iPod uitzet en in mijn tas verberg zie ik E. staan bij de ingang. E. werkt op mijn school en heeft altijd een goed humeur. ‘Je straalt helemaal Kay! Heb je er zin in?’ ‘Altijd,’ antwoord ik terwijl ik een lach op mijn gezicht voel komen. Ik open de grote deur en loop naar binnen. Het is rustig in de gang en vrijwel alle haakjes zijn nog vrij, mijn zomerjack die de eerste druppels van een enorme stortbui met zich mee draagt hang ik helemaal links, zodat ik niet vergeet waar hij hangt. Daarna gooi ik mijn zwarte tas op mijn rug en loop richting het trappenhuis. 203, eerste etage. Heb ik er zin in? De zin in school is verdwenen.

vrijdag 3 september 2010

Jan Peter

Terwijl ik kranten uit mijn tas probeer te trekken zie ik hem daar ineens liggen. Met een lieve glimlach kijkt hij me aan. Ik glimlach terug. Zijn wangen zijn een beetje teveel gepoederd en het lijkt wel alsof hij lippenstift op heeft. Een groen snorretje is met een stift op zijn bovenlip getekend, maar de vermomming werkt niet.

‘Ik herken je wel met dat snorretje! Het is fijn om je weer te zien lachen, de laatste keer dat ik je zag huilde je.’ Nog steeds kijkt hij me aan met een glimlach. En ik vraag me af hoe hij dat kan. Hij ligt hier gedumpt, als een stuk oud vuil. Het liefst zou ik hem oppakken en meenemen. Dan hing ik hem op mijn kamer, gewoon om hem een warm hart te laten voelen. Maar ik doe het niet en loop er zomaar voorbij.

Jan Peter, je was zo zielig tijdens je aftreden. Maar ik mis je wel hoor, zoals je lacht op je campagneposter, die nu als grof vuil in de struiken ligt.

maandag 30 augustus 2010

Zomer en ik is niet meer

De wind slaat tegen de zijkant van mijn fiets terwijl koude regendruppels op mijn zomerjasje neerkomen. Het is donker en ik moet goed opletten dat ik niet door een paar eikels heen rijd. De goot is gevuld met gele blaadjes en opnieuw krijg ik een klap van de wind.

Het is vandaag 29 augustus. Het is uit tussen mij en de zomer. Officieel hebben we elkaar de rug toegekeerd. De regenbuien en harde rukwinden zijn me teveel geworden. Zo zonovergoten als de zomer in 2009 was, zo regenachtig was de zomer in 2010. De eikels en gele blaadjes in de goot waren de druppel. Maar ik mis de zomer nu al en het liefst zou ik de zomer terug willen.

Lieve zomer, je bent nog niet weg, maar toch mis ik je al.

woensdag 25 augustus 2010

Loempiabakker 2.0

Twee tafels, drie personen en vier stoelen. A., G. en ik wachten op friet, frikandellen, kroketten en een berenhap. Ik vind het hier wel fijn, een kale witte ruimte, met een gore oranjeachtige deur. Twee van oorsprong loempia verkopers zijn in de weer met de voor hen bekende frituurpannen. De inhoud is alleen niet standaard voor een Aziaat, friet.

Het is tegen elven en verassend rustig. Een man leest de krant en buiten staat een vrouw te roken, beiden wachten ze op hun eten. Echt Nederlands kunnen de Aziaten achter de balie niet. Berenhap en frikandel speciaal, wisten ze echter erg goed.

De nerveuze man achter de balie loopt naar ons toe, terwijl hij ongewennig een wit dienblad vasthoudt. ‘Alsjeblieft,’ zegt hij met een vriendelijke lach. Ik vind hem wel schattig, het liefst zou ik een halve frikandel aan hem geven. Hij zou vast wel honger hebben na zo’n dag ‘eten’ maken. Ik pak mijn eten van het dienblad en probeer met een plastic wit vorkje/mes een stukje van mijn frikandel af te snijden. Ik geniet. Van de gore witte muren, de Aziaten achter de balie, de vieze wc en het vette eten in het witte plastic bakje dat een beetje vervormd is door de hitte. Had ik maar een mooi casual trainingspak, dan ging ik hier iedere avond zitten. Sfeerproeven, in die heerlijke vette snacks. Terwijl ik geniet van een blikje Dr. Pepper.

Ik vind het trouwens absurd dat Word 2007 het woord 'Frikandel' niet kent, maar 'Frikadel wel'. Ook is 'Loempiabakker' niet racistisch bedoelt. Het is een koosnaampje, ik vind spleetoogjes namelijk heel schattig.

zondag 22 augustus 2010

De zware zwarte koffer

Een zware zwarte koffer staat naast mijn nachtkastje. Van binnen is het bekleed met een rood stofje. Het staat er zo geluidloos. Maar dat was een uur geleden wel anders. Het koffertje stond toen op mijn bureau, althans, een deel ervan. In het kistje staat een machine, een schrijfmachine, in de volksmond beter bekend als een typemachine. Ik houd niet zo van machines, maar deze machine wilde ik al een tijdje. Soms ging ik, tegen al mijn principes in, op marktplaats. De zoekbalk werd opgevuld met ‘typemachine’ en dan ging ik op zoek. Nu is dat niet meer nodig. Ik heb een typemachine, in een koffertje. Zijn aanslagen klinken heerlijk en de ‘ping’ aan het einde van iedere zin is verslavend. Ook het ‘typemachinelettertype’ is prachtig. De onregelmatigheid van kleur in de teksten, omdat je niet iedere toets even hard aanslaat is zelfs genieten. Ik ben blij met mijn typemachine.

vrijdag 20 augustus 2010

Fanta Flesje

Volgepakt met kranten loop ik onder de strakblauwe hemel, lekker in het zonnetje. Ik kijk omhoog en inspecteer de lucht, hij is niet hetzelfde als vorige week vrijdag. Vorige week vrijdag keek ik naar de lucht in Cagnes Sur Mer, een voorstadje van Nice en eigenlijk was die blauwe lucht veel mooier blauw, en die warme zon veel warmer. Ik denk terug aan mijn vrijdag aan het strand. Ineens denk ik aan het Fanta Flesje. Vorige week dronk ik hem leeg, zoals dat wel vaker gaat met Fanta flesjes. Maar daarna ging dit Fanta Flesje een hele andere richting op dan de meeste Fanta flesjes. Hij werd gevuld met stenen van het strand. En voordat hij het wist, was hij omringd door het lauwe zoute water van de Middellandse Zee. Hij zonk naar de bodem en even later werd hij weer omhoog gebracht door mijn broederfiguur of mij, met onze gekke duikbrilletjes. Om hem daarna weer op een andere plek het water in te gooien. Dat ritueel herhaalde zich totdat. Wij het Fanta Flesje niet meer konden vinden. Nu ligt hij er nog steeds. Misschien is hij wel heel ergens anders, door de stroming. Misschien heeft hij wel de haai van twee meter gezien. In ieder geval is hij nog lekker in Zuid-Frankrijk en ik loop hier krantjes rond te brengen. Ik mis je, Fanta Flesje.

maandag 16 augustus 2010

Gezond in het ziekenhuis

Daar loop je dan in het Elkerliek ziekenhuis in het altijd prachtige Helmond, waar alles toch net een tikje anders gaat dan in de rest van de wereld. In het bloemenboetiekje is niet te zien dat het bezoekersuur begonnen is, ook de gang lijkt redelijk uitgestorven. Tot aan, de bocht, de bocht met daarachter het kloppende hart van het ziekenhuis. Een gezin geniet van een gebakje en wat te drinken, een 65+stel bestelt iets en een man, ongeveer even oud als het stel, drinkt een kop koffie. Het ziet er allemaal heel restaurantachtig uit. Terwijl ik langs een man loop die gezellig een praatje maakt terwijl hij tegen zijn paal met zakjes vocht en apparatuur aanhangt vraag ik me af of dit restaurant vaste bezoekers heeft, gezonde mensen.

‘Ik ga naar de markt,’ zegt de man tegen zijn vrouw. Hij pakt zijn fiets uit het schuurtje en fietst weg. Het is zijn wekelijkse ronde over de markt. Maar bij de kaaskraam begint het al te kriebelen. Met zijn linkerhand vol plastictasjes en zijn rechterhand zoekend naar zijn fietssleutel loopt hij met een klein drafje naar zijn fiets.

Hij stapt op, maar niet om naar huis te gaan. Het is tijd voor zijn wekelijkse verzetje. Het meisje van het restaurant ziet hem al aankomen met zijn witte tassen. De man steekt zijn hand op en neemt plaats aan het tafeltje links voor het restaurant, waar hij alles wat voorbij kruipt, rolt, strompelt of gewoon loopt goed kan zijn. De tasjes staan tegen zijn stoel aan en het meisje brengt hem zijn koffie. Rustig drinkt hij zijn koffie op. De man kijkt naar alles wat voorbij komt en geniet, soms verschijnt er een tevreden lach op zijn gezicht wanneer hij een slok neemt. Een dik uur later is de witte bodem van zijn kop koffie toch echt helemaal koffie vrij. Hij pakt zijn tasjes op en loopt naar binnen. Hij rekent af, maar zegt niet veel. Dat was het weer voor deze week. Hij stapt op zijn fiets en gaat samen met de tasjes terug naar zijn vrouw. Tot volgende week.

donderdag 5 augustus 2010

Les Pays-Bas

Ik kijk van de grijze hemel terug naar de aarde. Ik zie achter het raam een weiland aan me voorbij trekken, gevolgd door een weiland, daarna een grasveldje. Een grasveldje ingesloten door een hek, de twee hertjes binnen het hek likken elkaars kont, terwijl de geit, de ezel en de kippen toekijken. Een man fietst door mijn beeld, windjack aan, oortjes in. De ogen van de man hebben geen oog voor het grijze wegdek, de kontlikkende hertjes doen hem meer.

We rijden een dorp in, Boekel. Onder de grijze hemel midden in het centrum parkeren we onze auto en lopen naar de snackbar. Samen met het personeel van de super snackbarachtige snackbar. Maar dat veranderd terwijl onze plastic bakjes leger worden, het is na een tijdje zelfs druk in de snackbar. Niemand eet, iedereen kijkt gespannen naar twee meisjes die per se werk nodig hadden en de eigenaar die van alles en nog wat in frituurpannen duwen en meefluiten met de ringtone van de snackbartelefoon, die ze pas na 10 seconden meefluiten opnemen. Ik kijk naar de blikken richting de frituurpannen en duw een frietje met mayonaise en pindasaus naar binnen. Ja, ik ben nog in Nederland. Maar morgen gelukkig niet meer.

maandag 2 augustus 2010

'Morgen'

Daar zit ik dan, achterin langs de bak met tijdschriften, langs mij zit een oma waarvan ik niet zeker weet of ze bewegen kan. ‘Morgen,’ een grijze man loopt een beetje apart binnen en neemt plaats naast een man die me aankijkt met zijn ogen wijd open. Wat fijn dat hij hier zit, een dokter zal hem goed doen. Een opa en oma wandelen binnen, ‘morgen’ zegt de opa. ‘Morgen’ mompelt de ruimte. Daar zitten we dan, te wachten, de een op de dood, de ander op een pilletje. Ik kijk rond. Het speelgoed midden in de ruimte steekt af bij de grijze hoofden en pastelkleurige kleding. De dancemuziek van skylineFM vult de ruimte. Wat had ik graag gezien dat al die 65pluspashouders opstaan, het speelgoed aan de kant zetten en dansen totdat de dokter ze uit de wachtruimte sleurde. ‘Kay den Teuling,’ ik sta op en geef een hand.

woensdag 28 juli 2010

Octopus, het antwoord op al uw vragen

Ik wil een octopus. Paul de octopus zorgde er al voor dat je geen voetbal hoeft te kijken, hij geeft je de uitslagen gewoon al van tevoren. En Paulus de octopus zegt dat al die gesprekken voor een rechtskabinet tijdverspilling zijn. Job Cohen, daar gaat Paulus helemaal voor. Super handig! Zo’n octopus. Maar ik pak het anders aan dan bij Paul of Paulus (de mijne noem ik trouwens Kirsten, dat staat voor ‘Inky’, aldus petnamezone.com), mijn octopus gaat mij vertellen welke opleiding ik moet gaan doen, welke baan ik later moet nemen en hoeveel kinderen en van welk geslacht. Ook ga ik mijn octopus helpen bij beleggen, voor als zijn keuzes voor de opleiding en baan toch niet zo goed uitpakken. Ik raad het iedereen aan! Zo’n octopus.

dinsdag 27 juli 2010

Popstars

Nance zit in de auto op weg naar huis, de radio staat uit. Ze kan het even niet meer. Al die non-talenten van vandaag, huisvrouwen die zwetend hopen dat het net zo klinkt als met een douchekop of deodorantbus. Ze staart naar de weg en neuriet het deuntje van The Fray, ‘How to save a life’. Helaas is het nummer vandaag niet gespaard gebleven. Kandidaten zonder naam maar met nummer hebben het lied met de stip gelijk gemaakt. Oh nay na na na nay na, na na nay-ah’, op de passagiersstoel begint haar telefoon een flinke bas uit te slaan, de bas van Twenty 4 Seven. Ze neemt de telefoon op. ‘Heey schat. Ja, ik ben onderweg naar huis ja. Ach, zijn gangetje, je kent het wel. Is goed, tot zo.’ Ze drukt haar man weg en gooit haar telefoon weer op de passagiersstoel. Een grijze auto haalt haar in, de jongen achter het stuur zwaait. Nance zwaait vriendelijk terug. Even later weet ze het weer. Dat was ‘013823’, hij leek op James Blunt, die vond ik wel leuk!

vrijdag 23 juli 2010

Een halve boerderij tussen de tomaten

Daar ligt het dan, een halve boerderij op een klein bordje. Een homp met van alles en nog wat, kippen zonder veren, schapen zonder wol en varkens zonder krulstaartje. Een vormloos stukje vlees aan de zijkant van een bordje. Ik pak het in mijn net gewassen handen en knijp er zachtjes in, geen dierengeluiden. Ik leg het terug en neem een klein stukje van de grote massa, ik draai het kleine stukje tussen mijn handen en leg het helemaal aan de andere kant van het bord. Ik kijk naar het bord, links een vormloze bol, rechts een klein balletje. Nee, ik zie er nog steeds geen dier in. Ik draai nog een balletje, en nog een, en nog een, tot de homp weg is. Daar liggen ze dan, dieren, in kleine bolletjes verspreidt over het kleine bord. Geen kip, schaap of varken in te bekennen. Ik gooi de balletjes in het kokende water, niets dierlijks aan.

Even later duw ik de bolletjes, samen met een tomatensoep in mijn mond. Eventjes dacht ik aan het varkentje, het kippetje en het wollige schaapje. Maar ik proefde, hoorde of zag ze niet. Vlees is ingewikkeld en een beetje verwarrend.

zaterdag 17 juli 2010

Dure slippers zijn gewoon niets voor mij

Het is woensdagmiddag 7 juli, slipperzoekdag. 's Ochtends was ik op mijn fietsje het centrum ingedoken om slippers te zoeken. Tussen de huisvrouwen door, winkel in, winkel uit. Geen personeel dat irritant met je mee zoekt naar de juiste slipper, want de huisvrouwen hebben het personeel veel te hard nodig. Toch mocht dit voorrecht niet baten, na een half uur ontvluchte ik de huisvrouwen, zonder slippers. Maar thuis werd daar geen genoegen mee genomen. De enige huisvrouw die ik accepteer (moederfiguur) stond erop dat ik vandaag nog meer keus kreeg dan alleen mijn zwarte Vans. 'Vanmiddag gaan we samen wel even kijken.' En als je mijn moederfiguur een beetje kent, dan weet je dat het een vrouw van haar woord is. Die middag keerde ik terug, samen met moederfiguur, een HEMA tas met HEMA slippertjes en een tas van de Intersport, met 'dure' Slippers. Dure slippers waren niet echt mijn ding, dure slippers waren voor mensen met een passie voor slippers. Ik had geen passie voor slippers. Ik liep er graag op, maar vuil of schade deed me niets. Ik stopte pas aan een paar slippers wanneer 50 of 100 procent verloren was.

Maar 7 juli is oud, zeker een week over datum. De ruimte tussen mijn grote teen en de langere, maar niet dikkere naastliggende teen is gevuld met een blaar. Een blaar dankzij kranten rondbrengen op HEMA slippers, maar de schuld geven aan de HEMA slippers of de kranten is niet het juiste om te doen. Het probleem is complexer. Boy heeft schuld, mijn 'dure' Slippers hebben schuld. Mijn hond houdt van duur, dat is gewoon zo. HEMA is niets voor hem, die 'dure' Slippers waren meer zijn niveau, echt lekker waren ze niet, maar duur wel.

Nu heeft mijn rechter 'dure' Slipper een stuk bruin leer, iets anders qua structuur en kleur dan de rest van het schoeisel. En Boy kotst, stukjes leer en andere hondendingen. God straft onmiddellijk, gewoon niet lang lopen op HEMA slippers en geen 'dure' Slippers eten.

woensdag 14 juli 2010

Leenauto

Ik liep mijn straat in en keek naar een blauw voertuig geparkeerd op onze oprit. Hij was een stuk kleiner dan onze mega Clio. En de blauwe lak beviel me niet, blauw. De naam achterop de auto gaf me rillingen en ik durfde de neus van de auto niet te bekijken. Eigenlijk wist ik het al, mijn moeder belde dat onze mega Clio ermee op was gehouden en we een leenauto hadden. Maar als je daar dan zo staat, is het toch even slikken. Na drie kleine stapjes stond ik bij de voorkant van het voertuig. Voorzichtig bekeek ik de neus. Hij was minder lelijk dan het vorige model. En om heel eerlijk te zijn leek het op een normale auto. Maar toch, die zes letters, in die combinatie, op de achterkant van deze helblauw auto maakte hem speciaal. Twingo, ik haat Twingo, maar stiekem valt deze best mee.

maandag 12 juli 2010

Ik vind het jammer

Ik ben in het centrum, opzoek naar mijn fiets. Terwijl oranje bloemetjes van een kapotte Hawaï ketting de grond kleuren en een groot oranje zeil mij verteld dat je de wedstrijd vanaf 20:00 binnen kunt kijken, denk ik aan gister. Paul de Octopus had gelijk. Daarom hangen een paar palen scheef en heb ik mijn uitshirt van Oranje niet aan. 0-1 was de uitslag. De droom om wereldkampioen te worden is overleden. Ik hoor de klokken van de kerk luiden. Een uitvaart, misschien wel die van de droom. Ik twijfel, misschien moet ik even langs een boekhandel, om een rouwkaart te kopen. Ik zou hem adresseren aan 'Oranje' uit Nederland. Postcode en straatnaam lijkt me overbodig. Maar ik heb geen geld bij en een kaart kopen is ook niet de manier om het te verwerken.

In het centrum irriteer ik me aan alles wat oranje is, zelfs een bord van een makelarij krijgt een vieze blik van me. Ik hoop dat de Oranjetint in het straatbeeld snel verdwijnt. Dat ik over straat kan, zonder aan het verlies te denken. En nu kom ik misschien over als een van die jongens die op het museumplein tegen het hek aan zat te huilen. Maar zo ben ik niet. Ik vind het jammer, ik had graag vier jaar lang lullig gedaan tegen iedere Spanjaard die ik tegenkwam. Het zat al helemaal in mijn systeem. 'Quién es también campeón del mundo otra vez?' was de zin die er bij een vertaalprogramma van Google uitkwam, de uitspraak was me een raadsel. Maar dat kon geoefend worden. Maar het hoeft allemaal niet meer. Spanje heeft gewonnen, stiekem een beetje verdient.

Ik heb mijn fiets gevonden en stap op. Na de wedstrijd kwamen er van die reclames, die al een paar weken op de plank liggen, klaar om afgespeeld te worden, als Nederland verliest. Nike had er ook een. 'Als je alles geeft, verlies je niets.' Met die zin stap ik op de fiets, Nike kan ook voorspellen, net zoals Paul de Octopus. Het Nederlands elftal heeft alles gegeven, niets is verloren.

woensdag 7 juli 2010

Stiekem hoop ik dat de hemel een beetje zoals Toy Story is

Daar zit ik dan, een donkere ruimte waarin je opgeslokt wordt. Omringd door lege stoelen kijk ik naar een film, Toy Story 3. De film waar ik al op wacht sinds ik de trailer in 2008 zag. Eindelijk was het zover. Trailers maakte ons lekker om nog eens deze zaal te betreden. De film begint, vaders lachen, kinderen huilen. De chips en popcorn vloeit rijkelijk en ik heb medelijden met de schoonmakers.

'Toy Story 3 is fijn' was mijn tevreden conclusieaan het einde van de film. Stiekem hoop ik dat de hemel een beetje zoals Toy Story is. In Toy Story land is het altijd mooi weer, er bestaan geen terroristen. Andy is een lieve jongen, die er moeite mee heeft om op zijn 16e zijn speelgoed weg te gooien. Speelgoed met een stem, stemmen in tientallen talen en gevoelens. Een kinderdag verblijf is een groot avontuur. Met een glimlach verlaat ik de zaal, samen met papa's, broers en een hoop kleine kindjes. Het licht buiten doet pijn aan mijn ogen. Hoogzomer, in de 30 graden, helder en zonnig. Het leven is mooi en ik voel me Andy, zonder speelgoed, maar even gelukkig als Andy, met de mensen om me heen.

Belspel oma

Het is rond de klok van 6 uur, het is tijd om de hond uit te laten. Iedere dag hetzelfde blokje, twintig minuten, grasstroken en voetpaden. Boy houdt ervan en ik stiekem ook wel.

Boy is lekker aan het plassen op een grasstrookje, een hond blaft, vanaf een balkon op de eerste etage. Boy kijkt op, maar blaft niet. Ik kijk ook, zonder te blaffen. Een vrouw -waarvan ik zeker weet dat ze een 65pluspas heeft- zit helemaal alleen haar avondeten te verorberen. Nou ja, alleen, haar hond is bij haar, maar die heeft alleen maar aandacht voor Boy, hij kwispelt. Boy vindt het maar niets en huppelt stug door over het grasstrookje en doet lekker zijn ding.

De volgende dag, dezelfde hoek, hetzelfde balkon en hetzelfde gezicht. De hond blaft alleen niet, hij kijkt kwispelend toe hoe Boy over het gras huppelt, de vrouw zit er weer, alleen. Ik probeer een beeld te schetsen van de vrouw:

Ongehuwd, kinderen heeft ze niet. Haar dagen slijt ze achter haar televisie, ze kijkt vaak belspellen, die zijn per slot van rekening altijd op televisie. Ze speelt graag mee, stiekem is het haar passie, in een notitieblokje schrijft ze het woord op, gespannen blijft ze kijken of het woord goed is. Om hetzelfde ritueel daarna te herhalen. In de afgelopen jaren is ze natuurlijk enorm goed geworden in het spel, eigenlijk heeft ze het altijd goed. Maar om nu iedere dag te bellen, is misschien een beetje gek. Daarom heeft ze 'beldinsdag'. Want na al die jaren ervaring heeft ze inmiddels door dat op dinsdag de minste mensen bellen. Ze belt drie keer en zeker een keer per kwartaal komt ze in de uitzending. De domme blondjes die de antwoorden vaak zelf niet zien weten niet wie ze is, maar dat maakt haar niet uit. De geldbedragen die ze wint boeien haar niet, ze spaart. De belspel oma vindt haar leven wel goed zo, iedere dinsdag bellen, iedere dag kijken. Maar ze heeft een droom. In de supermarkt waar ze iedere ochtend een rondje maakt en met een paar simpele producten naar buiten loopt. Wachtend op haar moment. Gewoon een keertje aan de kassa: 'Heey, jij bent die vrouw van de belspellen! Ik herken je aan je stem! Ik vind je echt goed, ik heb je nog nooit het foute antwoord horen geven!' Dan zou ze een glimlachje op zetten en bescheiden zeggen: 'Ja, dat ben ik ja. Dankje.' Ze rekent dan zo snel mogelijk af en probeert zo rustig mogelijk naar buiten te lopen. Maar wanneer ze thuis is zal ze in tranen uitbarsten. 'Ik ben beroemd!'

Ik loop door, de vrouw eet door, zonder te weten wat dat ik haar door heb.

woensdag 23 juni 2010

Schrijvende oplichter

Ik was een jaar of tien. Ik zat op de bovenste etage van de bibliotheek, eentje zonder boeken, althans, minder dan op de etages daaronder. Ik zat daar met mijn basisschoolklasje, mijn leraar en een schrijver van kinderboeken. Hij vertelde ons over schrijven, hij las een hoofdstuk voor uit zijn nieuwe boek, het was alleen nog niet af. Het hoofdstuk dat hij voorlas had nog geen titel, wij mochten een titel verzinnen. Vele titels en zenuwachtige kindjes later bleek mijn titel de beste. In het volgende boek van deze beroemde schrijver zou een hoofdstuk de door mij verzonnen titel dragen. Ik was zo trots als een pauw.

Om de drie weken ging ik op zoek naar nieuwe letters, nieuwe verhalen. Altijd begon mijn zoektocht links achterin, bij de naam van de schrijver uit de bibliotheek. Keer op keer werd ik teleurgesteld, geen nieuw boek. Ook in de computer stond geen nieuwe titel. Maar ik gaf niet op. Ik bleef terug komen, maar keer op keer kwam ik teleurgesteld naar buiten. Na ongeveer 1,5 jaar gaf ik het op. Ik was opgelicht, schrijvers waren geen goede mensen. Schrijvers waren oplichters, vooral kinderboekenschrijvers. Ik begrijp de strategie wel. Je gaat alle bibliotheken af door heel Nederland, telkens een klasje, telkens hetzelfde hoofdstuk, telkens een winnaar, nooit een titel. Maar je krijgt er voor betaald, bloedgeld.

Meneer de schrijver, ik ben uw naam vergeten, maar ik wilde dus vragen. Heeft u mij en vele andere opgelicht? Klopt mijn theorie? Of is het boek gewoon nooit af gekomen?